Actueel
| 19-02-2010 |
Staatssecretaris looft Opleidingsschool |
| 29-06-2009 |
Nieuwe schoolopleiders ronden training af |
| 29-06-2009 |
Regionale Opleidingsschool Westfriesland 'excellent' beoordeeld |
| 20-03-2009 |
Vraag en antwoord |
| 15-12-2008 |
Conferentie 10 december 2008 was een succes |
Tips en gedragsregels voor leerwerktrajecten
Hieronder volgt een aantal tips die kunnen helpen bij een vlotte start en een goed verloop van het leerwerktraject. Het gaat om heel praktische zaken, maar ook om aandachtspunten betreffende de houding en inzet die van een aankomend professional verwacht mogen worden. Sommige punten zullen voor veel studenten vanzelfsprekend zijn en daarmee overbodig lijken; we noemen ze volledigheidshalve toch.
1. Van het grootste belang is: je voortdurend bewust zijn van je rol en positie. De school ziet je als aankomend collega en verwacht een serieuze, professionele opstelling. Je werkt met en voor leerlingen, maar je rol ten opzichte van hen is altijd die van (aankomend) docent.
2. Wees een betrouwbare collega: hou je altijd aan afspraken, kom altijd op tijd, doe afgesproken taken altijd serieus en naar beste vermogen. Meld dringende redenen voor afwezigheid zo snel mogelijk aan de werkbegeleider én de instituuts-begeleider.
3. Pas je aan aan de sfeer, de omgangsvormen, de regels (ook ongeschreven), de opvattingen enz. die de school kent. Je eigen opvattingen zijn interessant, maar bij je rol van aankomend collega past de nodige bescheidenheid. Je openlijk niet aan regels of gedragscodes houden zal in elke organisatie, dus ook in een school, als provocerend ervaren worden.
4. Stel je collegiaal op: geef niet af op de school of op het onderwijs, lever geen onbezonnen commentaar op docenten of de gang van zaken. Heb je problemen met bepaalde zaken, bespreek ze serieus met je werkbegeleider of met je instituuts-begeleider.
5. Het leerwerktraject loopt door gedurende de gehele daarvoor bestemde periode; de activiteiten op de school liggen alleen stil gedurende schoolvakanties (dus niet tijdens collegevrije weken, toetsweken enz. op je instituut). Een voor het werkplekleren bestemde dag is altijd een volledige werkdag, normaal gesproken altijd op de school door te brengen. Draag zelf voldoende activiteiten aan om de beschikbare tijd zinvol en leerzaam te benutten.
6. Een goede start valt of staat met een goede voorbereiding. Zorg dat je volledig op de hoogte bent van de inhoud van deze leidraad. Overleg met je instituuts-begeleider voor het eerste contact met de school. Bereid het kennismakingsgesprek voor: bedenk wat je wilt weten over de school, bedenk wat je zelf wilt inbrengen en voorstellen, wees gespitst op het maken van duidelijke afspraken enz.
7. Maak je zo snel mogelijk bekend in de school. Stel je duidelijk voor, niet alleen aan werkbegeleider en evt. andere docenten, maar ook aan conciërge, team- of afdelingsleider, schoolleider, administratie enz. Vaak stelt de school een presentatie via prikbord of personeelsblad op prijs; informeer ernaar.
8. Denk aan allerlei praktische zaken: vraag z.s.m. naar telefoonnummers en e-mailadressen van begeleiders en evt. andere betrokkenen, roostertijden, schoolregels, plattegrond, faciliteiten (koffie, postvakje, kopiëren enz.), evt. een routebeschrijving voor je instituuts-begeleider.
9. De eigen verantwoordelijkheid voor je leerproces houdt ook in dat je zelf initiatieven neemt voor tussen- en eindevaluatiegesprekken, dat je voor de schriftelijke voorbereiding (evaluatievragen) daarvan zorgt en dat je er een verslag van maakt.
